Anesthesie (narcose)

Doel

Het doel kan variëren van de patiënt een beetje rustig maken tot volledige diepe narcose voor pijnlijke operatieve ingrepen. Narcose kan noodzakelijk zijn bij:

  • onderzoek dat pijnlijk of onprettig is
  • inspectie van de mondholte
  • maken van röntgenfoto´s
  • gebit reinigen
  • endoscopie uitvoeren
  • kleine chirurgische ingrepen
  • operatie´s

Wat doet anesthesie?

Er zijn verschillende vormen. Een simpel pilletje om de dieren in stress situaties wat kalm te houden, een injectie met een sedatief middel dat alleen slaap geeft voor bijvoorbeeld röntgenfoto’s of tanden reinigen. Pijnstilling is bij deze zaken nog niet van belang. Wil je meer doen, een operatie, kiezen en tanden trekken, dan is pijnstilling een noodzakelijk onderdeel van de narcose. Welke soort je gebruikt hangt dus sterk af van de situatie.

Hoe gevaarlijk is anesthesie?

Zeer belangrijk is het om te onderzoeken of het dier gezond is: een hartpatiënt, een nierpatiënt, zij allen zijn dieren met een verhoogd narcoserisico. Zij krijgen aangepaste narcose. Tegenwoordig is er veel meer bewaking tijdens de narcose, worden veiligere middelen dan een paar jaar geleden gebruikt. Het risico op problemen is hierdoor erg klein geworden, maar is nooit nul.

Belangrijke zaken

Van belang voordat de narcose gegeven wordt is een goed lichamelijk onderzoek (pre-anaesthetisch onderzoek) liefst aangevuld met een bloedonderzoek naar lever- en nierfunctie (zie stukje over bloedonderzoek onder specialiteiten).
Anesthesie is zeer individueel: pup/kitten, oudere patiënt, zieke patiënt, dieren met overgewicht, al deze dieren vergen een andere aanpak. Goed wegen is zeer belangrijk. Er zijn rasgebonden afwijkingen betreffende narcosemiddelen, er zijn dieren met chronische luchtwegproblemen (bulldog, pers).

Hoe dien je de middelen toe?

De twee hoofdmethoden om een dier onder narcose te houden zijn injectiemiddelen en gassen. Voordat je gassen kunt toedienen zal de patiënt eerst echter met injectie´s rustig gemaakt worden (premedicatie). Dit om stress te voorkomen.
De twee meest gebruikte methoden van injecteren zijn in een spier (intramusculair) of direct in een bloedvat (intraveneus). Dit laatste heeft de voorkeur, vooral als je eerst een infuuslijntje in het bloedvat aanbrengt. Dit geeft een hoge mate van veiligheid, en wordt bij ons eigenlijk standaard gebruikt.

Vervolgens kan de patiënt geïntubeerd worden. Dit betekent dat wij een flexibele buis in de luchtpijp brengen zodat de luchtwegen open blijven en er zuurstof en eventuele gasnarcose kan worden toegediend. Tevens kun je dan de uitgeademde gassen meten. Het geeft een veiligere narcose.

Monitoren van de anesthesie

Tijdens een goed uitgevoerde anesthesie worden allerlei lichaamsfuncties continue gecontroleerd. Vooral de functies die met het hart te maken hebben worden gemeten (ECG, eventueel bloeddruk), met de longen (CO2-gehalte uitademingslucht, ademfrequentie, zuurstofgehalte bloed).
Verder wordt via de infuuslijn vocht toegediend om de circulatie (doorbloeding) op peil te houden.

Voorkomen van problemen

Het eerder genoemde pre-anesthetisch onderzoek (pols, slijmvliezen, vacht, ogen beoordelen. Hart en longen beluisteren) dient te allen tijde uitgevoerd te worden. Verder is een bloedonderzoek naar lever- en nierfunctie, suiker en eiwitten sterk aan te bevelen. Bij zieke dieren kan dit aangevuld worden met een ECG, hartfoto’s, hart-echo.
Ernstig zieke dieren dienen soms eerst in een goede conditie gebracht te worden, bijvoorbeeld door eerst infuus toe te dienen, medicijnen te geven.
Kleine dieren verliezen snel veel warmte, deze kun je op een verwarmingsmatrasje leggen.

Conclusie

Het tijdperk dat een dier met een spuitje even in slaap werd gebracht, lijkt nu toch wel echt voorbij. Doet men dit toch, dan neemt men onverantwoorde risico’s. De tegenwoordig gangbare, gecontroleerde algehele anesthesie vooraf gegaan door een gedegen onderzoek beperken de risico’s voor een patiënt tot een minimum.